16-07-06

ringtraining

Ringtraining
.

Ringtraining is allereerst bedoeld om de hond optimaal te leren voorbrengen op een tentoonstelling ter beoordeling door de keurmeester.
Vanwege dat uitgangspunt wordt ringtraining ten onrechte te vaak geassocieerd met ‘dat tentoonstellingsgedoe’. Natuurlijk is de training, of liever gezegd het oefenen, erop gericht dat de hond zich goed presenteert aan de keurmeester. Een goed gepresenteerde, of als u wilt, goed geshowde hond heeft ontegenzeggelijk een prè bij de beoordeling, maar het profijt dat je van zo’n training hebt, reikt veel verder.
Goed voorbrengen wil zeggen dat de hond zich laat presenteren; zelfstandig op zijn ‘paasbest’. Ontspannen en alert tegelijk.
Een haast onmogelijke opgave en dat alles zonder hulp van derden.
Veel te vaak wordt er gebruik gemaakt van double-handling, dat wil zeggen: de aandacht van de hond wordt op enigerlei wijze getrokken door iemand buiten de ring. Zo’n hond staat dan wel alert en toont zich op dat moment goed, maar dit valt onder de Strafbepalingen (art.260) van het Huishoudelijk Reglement van de Raad van Beheer.
Een goede ringmeester zal erop toe zien dat het niet gebeurt en daar sta je dan.

Om u een indruk te geven wat ringtraining inhoudt, zet ik wat onderdelen op een rijtje.

- laten betasten
- gebit tonen
- gangwerk tonen, individueel en groepsgewijs
- in stand blijven staan
- sociaal gedrag t.a.v. mens en mededier
- herstel na onverwachte gebeurtenissen.

Zoals als eerder gezegd is ringtraining primair opgezet om de hond te leren zich goed to gedragen en te tonen op een tentoonstelling of clubmatch.
Daar hoort allereerst bij, het goed laten betasten van het gehele lichaam, het laten tonen (en niet laten voelen) van het gebit, vervolgens netjes en vrij aan een losse lijn rondgaan en tenslotte het rustig in stand blijven staan.

Dat ziet er zo in een paar zinnen enigszins gemakkelijker uit dan het is.
Mensen die Elementaire Gehoorzaamheid hebben gedaan met hun hond, herkennen natuurlijk enkele onderdelen en weten dat ‘niet trekken aan de lijn’ toch heel wat oefening en correcties behoeft.

Om met het eerste onderdeel ‘laten betasten’ te beginnen, verduidelijk ik wat de keurmeester er van verwacht: namelijk een vrijstaande, ontspannen hond, die men (na kennismaking met de baas, natuurlijk) overal kan betasten (ogen bekijken, gebit, ooraanzet voelen, buikbelijning, achterhoekingen, wolfsklauwen, staartlengte), Zonder
vrees voor een hap of snap, maar ook zonder dat de hond wegkruipt, omdraait of van stand verandert.
Dit toe te laten en er rustig onder te blijven, vereist van de hond voldoende zelfvertrouwen. En zelfvertrouwen moet zich ontwikkelen door positieve ervaringen. Een hond die onzeker of erg gereserveerd is, zal geneigd zijn zich te onttrekken aan dit opgelegde contact.
Op ringtraining zal daarom eerst geprobeerd worden de hond vertrouwen in de situatie te geven, door allereerst niets anders van hem te verwachten dan dat hij het er leuk vindt (gaat vinden). Dus niet forceren van dit laten betasten. Is hij/zij dit gewend, dan zal een van aanleg gereserveerde hond wel een aai over zijn kop gaan toestaan.
Die aai wordt een streek over de rug, enzovoorts.
Wanneer de hond heeft geleerd dat er niets engs aan de hand is, dat hij voor een vreemde niet weg hoeft te kruipen en dat het gefrunnik aan je lijf best wel leuk is, zijn er bij een (zeer) onzekere hond wel wat maandjes voorbij.
De onbesuisde enthousiasteling moet ook leren dat hij rustig blijft staan en niet wiebelend vraagt om aangehaald to worden, want daar is de krap toegemeten tijd van de keurmeester niet in de eerste plaats voor.
Het is prettig voor de keurmeester wanneer de hond zich goed laat betasten. Het is essentieel voor ieder die graag zijn hond uitbrengt op een tentoonstelling. Het is erg praktisch voor iedereen, want wie moet zijn hond nooit laten onderzoeken door een dierenarts?
En het is in eerste en laatste instantie prettig voor de hond, omdat die heeft kunnen ervaren dat vreemde mensen meestal goede bedoelingen hebben en niet 'eng’, maar vaak aardig zijn.
Het verworven zelfvertrouwen tenslotte zal hem prettig door het leven doen gaan.

HET GEBIT
Het gebit is een verhaal apart.
Op clubmatches vaak een geworstel van jewelste.
Veel honden vinden het niet leuk en dat is vaak een gevolg van een onjuiste handeling van de baas, die onbedoeld de neus van de hond dicht hield, of te hard aan zijn tere lippen trok.
Veel mensen kunnen ook niet veel geduld opbrengen bij dit onderdeel en verwachten direkt resultaat.
Op ringtraining is men al tevreden wanneer de hond zijn lippen laat aanraken en / of optillen. Pas daarna gaat men verder met het optillen van de bovenlip door de hand van bovenaf er omheen te spannen en niet door aan de lippen te gaan sjorren, wat de hond gegarandeerd zal doen terugtrekken.
Tanden goed laten bekijken is essentieel vanwege het nakijken op etensresten on/of tandsteen. Op latere leeftijd is het nodig om na te gaan of hij last krijgt van rotte kiezen of ontstoken tandvlees.
Tot nu toe hebben we nog nauwelijks een stap gelopen en toch is de hoeveelheid tijd die een perfecte beheersing van beide onderdelen vraagt niet gering.
Wanneer de hond deze twee onderdelen goed beheerst, hoeft u daar in het dagelijks leven veel profijt van. De hond zelf ook trouwens, want gewend om betast te worden, zal hij de snelle streling van de dierenarts over zijn rug positief, ontspannen en rustig ondergaan en zal hij niet merken dat ook de injectie intussen al gegeven is.

HET GANGWERK
Daarna komt het onderdeel (in draf) het gangwerk laten zien.
De bedoeling hiervan is dat de keurmeester het gangwerk goed kan beoordelen en daarvoor is het nodig dat de hond in een regelmatig tempo draaft. Dus niet springen, niet galopperen, niet telgangen, niet scheef lopen door in de lijn te hangen.
De hond zal dus niet mogen trekken, maar dient zich te richten naar het tempo zoals de baas dat aangeeft.
‘Niet trekken’ is iets wat ook bij de E.G.-training een moeilijk onderdeel vormt en waarbij de fout bijna altijd te wijten is aan het feit dat de hond meer belangstelling heeft voor wat erin zijn omgeving gebeurt, dan voor wat zijn baas wil.
Bij ‘niet trekken’ hoort ook niet uitvallen naar andere honden’ (negatief) en ook ‘niet spelen met andere honden' (positief). Beide zijn terug te voeren op een manco aan contact tussen baas en hond, althans op dat moment.
Is de hond zover dat hij niet uitvalt, niet trekt en niet speelt, maar keurig aan een lasso lange lijn naast ons meeloopt, dan worden de kneepjes van het vak aangeleerd, namelijk het lopen in een rechte lijn van en naar de keurmeester toe. Een rechte lijn is nog steeds de kortste verbinding tussen twee punten en geen ommetje via Groningen.
Het is onvoorstelbaar, hoe moeilijk voor veel bazen het lopen van zo’n rechte lijn is.
Nog iets moeilijker is het lopen van de zogenaamde driehoek, zodat de keurmeester het gangwerk van achter, opzij en van voren goed kan beoordelen.

Het verschil tussen E.G.-training en ringtrainig is dat de hond niet vlak aan de knie naast ons moet voortgaan, maar liefst vrij (zeker zo’n meter van ons af) en aan een vrij neerhangende lijn.
En u weet vast wel, hoe langer en losser de lijn, hoe minder appèl u kunt uitoefenen op het doen en Iaten van uw hond. Voor je het weet, schiet hij toch uit, raakt afgeleid of gaat zijn eigen weg. In het gunstigste geval loopt hij scheef, of ongeinteresseerd in wat hij moet doen.
Dit is juist daarom veel moeilijker dan men op het eerste gezicht zou denken.


Op ringtraining worden deze zaken grondig geoefend.
Dan zijn er talloze aanleidingen om in de fout te gaan, zeker wanneer de honden voorafgaand aan de individuele beoordelingen tezamen in draf rond moeten gaan in een doorgaans krappe ring.
Het contact hierbij is veel intensiever dan het meestal is bij een E.G-training, waardoor confrontaties, goedmoedig of minder vriendelijk bedoeld, voor de hand liggen.
Een groot voordeel bij het aanleren van dit onderdeel is naast het prettige ‘niet trekken aan de lijn’, vooral het sociaal gedrag ten aanzien van andere honden, ook als er in die hondekopjes minder vriendelijke bedoelingen rondspoken. Een goed ringgetrainde hond laat zich door niets van de wijs brengen en houdt zijn koppie bij het werk en heeft dus vanzelfsprekend goed contact met de baas. Hij zal door zijn (goed) ontwikkeld zelfvertrouwen zich niet met ‘de eerste klap is een daalder waard’ hoeven te ‘bewijzen’.

Naast sociaal gedrag ten aanzien van andere honden en ten aanzien van mensen, leert de hond spelenderwijs nog veel andere dingen waarvan hijzelf en ook u plezier kunt hebben.
Heeft de hond de basisprincipes goed onder de knie en heeft hij voldoende vertrouwen in zichzelf en de omgeving ontwikkeld, dan leert hij omgaan met onverwachte zaken die ook hem kunnen overkomen.

Zo is er de keurmeester die zijn bos sleutels onverwachts op de grond gooit, of nog erger zijn keurboek met een klap op de grond laat vallen.
Dit, om te zien of de hond attent is en dit met zijn oren kan tonen.
Dit soort onverwachte dingen is op straat ook te verwachten: een scholier die zijn rammelend kettingslot op de stoep laat kletteren of zijn schooltas met een klap neergooit. Zo zijn er ook keurmeesters die zonder waarschuwing abrupt nog even de hond (van achteren) betasten om de haarkwaliteit nog even te bevoelen. Toch fijn, wanneer de hond van schrik niet de (onverstandige) keurmeester meteen in zijn arm grijpt, maar zich beperkt tot alleen maar “verontwaardigd’ achterom kijken. Zoiets kan op elk ogenblik op straat gebeuren, wanneer een kindje even die ‘hele wolbaal’ wil aaien. Dan is het ook fijn wanneer de hond geleerd heeft ‘verstandiger’ te zijn dan het nietsvermoedende kind.
Zo leert de hond ook dat een keurmeester met rinkelende armbanden en lange shawls of kettingen niet iets angstaanjagend is.
Een prima onderdeel is ook de gespeelde ‘binnenkomst bij de veterinaire keuring’, waarbij bazen en honden zo dicht mogelijk en schuifelend voorwaarts moeten ploeteren. Tolerantie is dan een goede zaak, want de mevrouw met de dwergpoedel wil ook graag met een ongeschonden en niet-geschrokken hond naar binnen.

De onderdelen laten betasten, sociaal gedrag ten aanzien van anderen, gangwerk tonen etc. hebben allemaal tot doel de hond zich zo optimaal te laten tonen; namelijk alert, enthousiast, op zijn best.
Dat voor elkaar te krijgen, is het moeilijkste van de gehele ringtraining, omdat dit niet door correcties aangeleerd kan worden, maar het resultaat is van hoe de hond zich voelt.
Ik vermoed dat dit enige uitleg vraagt.
Men kan de hond van alles leren of afleren zoals: op bevel zitten, niet uitvallen naar andere honden, niet trekken aan de lijn, netjes blijven staan. Maar hoe zou je hem moeten leren dat hij zich alert en zelfbewust toont?
Dat is voor een hond een even onmogelijke opdracht als voor ons het bevel ‘boos blij’ zou zijn. Dat kun je niet forceren; je bent blij of je bent het niet. Zo is het ook bij de hond.
Zou er bij ringtraining alleen maar op gewerkt worden dat de hond allle onderdelen goed beheerst, dan zal het resultaat niet meer zijn dan dat hij het geleerde op ons verzoek in praktijk brengt en plichtmatig zijn rondjes draait. Het doel reikt bij ringtraining namelijk verder.
Niet alleen de beheersing van de techniek, maar bovenal het bevorderen van zelfvertrouwen en het behouden van het enthousiasme.

Want een technisch goed gepresenteerde hond, die zich bovendien alert en enthousiast toont, wint aan uitstraling en dat maakt dat hij zich daarin van anderen onderscheidt.
Een groot voordeel van ringtraining vind ik dat deze het eigene van de hond zoveel recht doet. Daardoor krijgt hij volop de gelegenheid om zijn karakter te ontplooien en zelfvertrouwen te ontwikkelen aan situaties die hij heeft leren beheersen.
Hij zal het echt zelf moeten doen, want we kunnen hem wel aanleren dat hij zich goed gedraagt (en dat is al heel wat), maar het enthousiasme waardoor hij tot een persoonlijkheid wordt (in de ring) zal toch uit zichzelf moeten komen! Mede doordat de hond niet zo direct onder appèl staat (hij is alleen maar verbonden door een lange lassolijn), zal hij veel zelf moeten doen. Op eigen kracht, zo to zeggen.
Maar doordat hij dat uit zichzelf is gaan leren doen, dan dat hij dit vanwege een bevel uitvoert. Het zal duidelijk zijn dat, wil men een hond perfect voorbrengen, dit jaren kost. Snelle resultaten zijn er niet te behalen en wellicht is dat ook een reden waarom zo weinig mensen zich hiermee bezig houden.
Een diploma is er niet in te behalen, wel de beloning van een hond die gebaseerd is op wederzijds respect en vertrouwen, waarvan vooral de hond profijt ondervindt.
Al met al vind ik ringtraining een heel goed middel om met je hond bezig te zijn.
Ik heb een lans willen breken voor deze manier van bezig zijn met je hond en ik hoop dat dit gelukt is.

Overgenomen van www.bouvierkennel.nl

09:56 Gepost door saskia in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

Commentaren

pupie training Bestaat deze training in België ook? Waar kan ik hiervoor terecht? Ik woon in Zandhoven in de voorkempen, hebt u soms enkele goede adressen? Het lieffst natuurlijkzowat in de buurt.Dan bedoel ik wel in een straal van een 25-tal km maximaal. Alvast bedankt M-Louise Ruts-Verreth

Gepost door: Ruts-Verreth | 20-01-10

pupie training Bestaat deze training in België ook? Waar kan ik hiervoor terecht? Ik woon in Zandhoven in de voorkempen, hebt u soms enkele goede adressen? Het lieffst natuurlijkzowat in de buurt.Dan bedoel ik wel in een straal van een 25-tal km maximaal. Alvast bedankt M-Louise Ruts-Verreth

Gepost door: Ruts-Verreth | 20-01-10

De commentaren zijn gesloten.